Column

Hier staan mijn columns die ik voor de plaatselijke nieuwssite www.ditisroden.nl schrijf over vogels die het hele jaar door in de gemeente Noordenveld voorkomen.

——————————————————————————————————————————

Juni 2019, Distelvink

De Distelvink ook wel Putter genoemd is een echte zaadeter, vandaar ook de forse snavel waar zaadeters om bekent staan.  Favoriet zijn vooral de Distel en de Paardenbloem maar de jongen krijgen tijdens de groei veel insecten te eten. Het mannetje is opvallend gekleurd met zijn rode vlek op zijn kop en de vel gele strepen op de vleugels. Dit maakt dat hij in de middeleeuwen favoriet was als volière vogel. Ze broeden van April tot Augustus en kunnen twee legsels hebben van 4 tot 6 eieren. Distelvinken zijn monogaam maar ook erg territoriaal ondanks het kleine territorium van ongeveer 250 vierkante meter. Het broeden duurt ongeveer 12 dagen en na ongeveer 18 dagen vliegen de jonge vogels uit.

Distelvinken zijn geen echte trekvogels maar als het hier heel koud wordt willen ze wel iets zuidelijker vliegen. Er zijn verschillende oude verhalen over de Distelvink en een daarvan is dat alle dieren volgens een Duits sprookje in den beginne naakt zijn geboren en dat ze één voor één hun uiterlijk mochten kiezen. Toen de Distelvink eindelijk aan de beurt was, waren alle kleuren op. Daarom moest hij tot zijn verdriet naakt door het leven. Dankzij tussenkomst van een Nimf gaven de Bonte Specht, de Kraai, de Lepelaar en de Gele Kwikstaart hem iets van hun kleuren. Daardoor veranderde de Distelvink van het lelijkste vogeltje in een van de mooiste. ‘Volgens dat volksverhaaltje dankt hij zijn rode masker dus aan de goedgevigheid van de Bonte Specht.

Volgens een andere lezing liep hij de rode kleur op toen een druppel bloed op zijn kop viel terwijl hij tijdens de kruisweg van Jezus een doorn uit diens voorhoofd trok. Op het schilderij Madonna met de Distelvink van Rafaël aait Jezus de vogel in de handen van zijn achterneef Johannes de Doper. In de zeventiende eeuw werden ze in kooitjes gedaan in Nederland. Om te kunnen drinken werd een kunstje van hem verwacht. Dat hield in dat hij een vingerhoed met water aan een touwtje via een katrolletje omhoog moest trekken, het putten dus. Vandaar de naam Putter.

——————————————————————————————————————————

Mei 2019, Lepelaar

De Lepelaar is een vogel die net geen meter hoog is en tot de groep van Ibissen en Lepelaars hoort. De Lepelaar is een witte vogel met zwarte poten en een zwarte platte snavel (lepel)  met een geel oranje punt. Tijdens het broedseizoen hebben ze een witte kuif en een gele crème vlek op de borst.  Jonge vogels hebben zwarte vleugelpunten. Lepelaars vliegen met een gestrekte nek, Reigerachtigen vliegen met een ingetrokken nek. Net als de Zilverreiger is de Lepelaar een elegante vogel  die voornamelijk garnalen en kleine visjes eet. Zij lepelen als het ware die uit het water.  Als vijanden hebben  ze de Vos die jonge vogels pakken en marterachtigen als Bunzing en Hermelijn die voornamelijk de eieren roven.

Tot 2004 heeft de Lepelaar op de rode lijst gestaan in Nederland, maar sinds dien gaat het alleen maar de goede kant op met de vogel. Tot tien jaar geleden was Nederland het noordelijkste land van Europa waar Lepelaars broeden. Maar tegenwoordig broeden ze ook in Engeland, Duitsland, Denemarken en Polen.  Kwelders zijn het belangrijkste broedgebied van de Lepelaar en zij leggen rond de vier eieren. Ze broeden in kolonies in bomen of rietlanden, 60% van de Nederlandse broedgevallen vind plaats op de Waddeneilanden. De laatste jaren zien we ook steeds vaker Lepelaars in de Onlanden. Broedgevallen is mij (nog) niet bekent. Hoewel er in de winters steeds meer vogels achter blijven is het een trekvogel die overwintert aan west kust van Afrika bij Mauritanië. Een kleiner deel  blijft hangen bij de Spaanse en Portugese kust.

——————————————————————————————————————————

April 2019, Zanglijster

Onder groep van Lijsters hoort natuurlijk de Zanglijster en de Grote Lijster, maar ook de merel, Kramsvogel en Koperwiek vallen onder deze groep. Deze keer wil ik het hebben over een vogel uit deze groep, de Zanglijster. De Zanglijster lijkt veel op de Grote Lijster alleen is hij veel kleiner met zijn lengte van 23 cm, hier mee is hij zelfs kleiner dan de Merel. Zijn rug is donkerbruin tot olijfbruin van kleur. Zijn borst is licht van kleur met donkere vlekken en licht gele randen aan de buitenkant. Iemand zonder enige ervaring zou een Zanglijster kunnen verwarren met een Graspieper.

Het nest wordt gemaakt in een dichtbegroeide boom of heg, maar ook dichte struiken worden gebruikt om een nest in te bouwen. Het vrouwtje legt 3 tot 6 eieren die lichtblauw zijn met zwarte vlekken. In de periode van Maart tot Juli kunnen ze 3 legsels hebben. Het voedsel bestaat uit slakken, insecten en wormen. Zanglijsters zijn geweldige zangers en zijn de eersten die de dag beginnen met zingen, en vaak de laatste die stopt met zingen. Vaak zitten ze dan hoog in de top van een boom. Zanglijsters komen hier het hele jaar door en net als bij veel vogels trekken “onze” vogels weg richting Frankrijk en hebben wij hier in de winter de noordelijke vogels.

Leuk weetje: in de eerste editie van Fauna svicica van 1746 was er nog geen onderscheid gemaakt tussen de Zanglijster en de Koperwiek. Bij de 10de editie van 1758 was die onderscheid er wel maar verwarde men de vogels steeds. Pas vanaf de 12de editie ging het helemaal goed en krijgt hij voorgoed de naam Zanglijster.

——————————————————————————————————————————

Maart 2019, Zwarte Specht

In de bossen rondom Roden zitten genoeg spechten soorten. Meestal is het de Grote Bonte Specht die gezien wordt, de Kleine Bonte zelden en de Middelste Bonte niet omdat hij hier alleen als voorbijganger wel eens gezien wordt. Dan hebben we nog de Groene Specht die meestal ook niet gezien wordt maar wel gehoord door zijn roep, deze klinkt alsof je wordt uitgelachen. En dan hebben we nog de Zwarte Specht waar al jaren in het Sterrebos/Mensingebos een paartje zit.

Zwarte Spechten hebben een groot territorium waar door er maar een paartje in het Sterrebos/Mensingebos zit. Vijf jaar geleden hadden ze het nest in het Sterrebos, maar sinds dien zitten ze steeds in het Mensingebos, maar laten zich met regelmaat nog in het Sterrebos zien. Als tijdens het broeden te druk om het nest wordt zijn Zwarte Spechten in staat om alles uit het nest te gooien, en opnieuw te beginnen op een rustigere plek. Hierbij maken ze geen onderscheidt tussen ei en jongen.

De Zwarte Specht is een geheimzinnige bosvogel die je niet gauw zult zien, of je moet al weten waar ze zitten. Horen kun je ze heel goed want hun roffel is lang en doet denken aan een mitrailleur.Het mannetje heeft een volledig rode kruin terwijl het vrouwtje alleen een rode vlek in de nek heeft.

Zij zoeken voor het nest altijd een beuk uit met een vrije aanvliegroute. Ze hebben een legsel per jaar van 3 tot 5 eieren die ze leggen in de periode van Maart-Mei. Het broeden duurt ongeveer 15 dagen en de jongen vliegen uit tussen de 24 en 31 dagen. Het eten bestaat veelal uit houtmieren aangevuld met larven en kevers.

De Zwarte Specht is een standvogel en blijft dus het hele jaar is zijn territorium. Volgens Sovon hun vogelonderzoek zitten er in Nederland ongeveer 700-1000 broedparen.  De Zwarte Specht is een beschermde vogel die voorkomt van Europa tot Azië.

——————————————————————————————————————————

Februari 2019, Roodborst

Sinds een paar jaar heeft men in de vogelwereld besloten dat verklein namen niet meer gebruikt worden, dus zo heet het Roodborstje tegenwoordig Roodborst. In de volksmond blijft het natuurlijk gewoon Roodborstje. De Roodborst komt overal voor of het nu in de tuin is, het bos of in parken je ziet hem overal. Hij leeft laag bij de grond en het liefst in dichte struiken. De gene die hem ooit zijn naam heeft gegeven zal waarschijnlijk kleuren blind geweest zijn want zelf vind ik dat hij meer oranje is dan rood. Roodborstjes zingen het hele jaar door en dat begint ´s morgens al als het nog donker is tot ´s avonds als de zon onder gaat. Bijzondere hierbij is dat de vrouwtjes ook zingen en dan vooral in de herfst.

Zij zijn niet zo kieskeurig met het bouwen van nesten want die bouwen ze letterlijk overal. Van spleten in muren, aan slootkanten, in heggen en in klimoppen. Het vrouwtje legt 5 tot 6 roze eieren met grijze en roestbruine vlekken. De eieren komen na 15 dagen uit en na nog eens 15 dagen vliegen de jongen uit. De jongen worden dan nog 2 tot 3 weken gevoerd. De jongen heb niet direct de oranje kleurige borst maar zijn eerst gespikkeld. De Roodborst eet vooral spinnetjes en insecten aangevuld met bessen en zaden. De Roodborst is erg territoriaal en duld geen andere vogel in het gebied, zelfs buiten het broedseizoen zitten man en vrouw elkaar in de veren.

De Nederlandse broedvogels zijn trekvogels die aan het eind van de herfst richting Spanje vertrekken. De blijvers trekken vaak de bossen en parken in. Dit betekent dat de vogels die wij in de winter in de tuin hebben veelal vogels zijn uit Scandinavië.

Het Roodborstje is het symbool voor hoop, zoals de witte duif dat is voor de vrede.

——————————————————————————————————————————

Januari 2019 , Klapekster

Deze keer besteed ik in mijn column de aandacht voor een bijzondere vogel; de Klapekster. De Klapekster valt onder de groep Klauwieren en valt op als Zangvogel door zijn meer Roofvogelachtig gedrag. Zijn bovensnavel heeft een naar beneden staand haakje. Hij jaagt voornamelijk op grote hagedissen, kevers en muizen. Maar ook kleine zangvogels staan op het menu. Hij kan net als een Torenvalk “biddend” in de lucht hangen voordat hij toe slaat.

In Nederland dateert het laatst bekende broedgeval uit 1999 sinds dien is het een winter gast met voornamelijk vogels die uit het Noorden komen. Het meest bijzondere aan deze vogel is als hij genoeg gegeten heeft hij zijn prooien aan prikkeldraad of meidoorn stekels spiets om zo later terug te keren als hij weer trek heeft. Op dit moment zitten er verspreidt over de Onlanden ongeveer vijf Klapekster die hier hun wintervakantie houden. Zij zullen als het hier niet kouder gaat worden ongeveer Maart/April weer terug keren naar hun broedgebied.

December 2018, (Vuur) Goudhaan,

Deze keer het kleinste vogeltje van Europa, hij is 8,5 cm groot van kop tot staart. Het Goudhaantje en Vuurgoudhaantje lijken sterk op elkaar en toch zijn er grote verschillen als je ze kent. Bij het Goudhaantje heeft het vrouwtje een gele streep boven op de kruin en het mannetje heeft in het gele nog een oranje streep zitten. Bij het Vuurgoudhaan mannetje is de oranje streep sterker aanwezig en soms lijkt het net een hanenkam, verder onderscheid het Vuurgoudhaantje zich van het Goudhaantje door de duidelijke witte wenkbrauw streep.(zie foto)

Beide zijn voornamelijk bosvogels die vaak in de winter optrekken met groepen mezen. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit bladluizen, kleine motten en kleine spinnetjes. Ze zitten vaak hoog in de bomen maar als het kouder wordt  zijn ze vaak lager te zien. Ze zijn vliegensvlug en daar door moeilijk op foto vast te leggen. Soms zijn het net kolibri’s en hangen ze al vliegend in de lucht. Goudhaantjes broeden twee keer per jaar en leggen 7 tot 13 eieren per legsel. Na ongeveer 15 dagen komen de eieren uit en na nog eens 20 dagen kunnen de jongen vliegen. Daarna worden ze nog twee weken gevoerd voor ze op eigen pootjes staan. Vuurgoudhaantjes zijn minder talrijk dan Goudhaantjes maar beide zijn in onze bossen te vinden.

Het zijn trekvogels die richting Middelandse zee wegtrekken, maar omdat de noordelijke vogels deze kant op komen in de winter, kunnen we ze toch het hele jaar door zien.

November 2018, Zwartbuikwaterspreeuw,

Deze keer wil ik het hebben over een dwaalgast, voornamelijk in de winter, die vorig jaar de gemoederen aardig bezig hield onder de vogelaars. Het vogeltje wist aardig wat commotie en discussies lost te maken onder de mensen. Het gaat dan ook om de Zwartbuikwaterspreeuw, een zeldzame wintergast uit Scandinavië.

In Europa hebben we twee ondersoorten van de Waterspreeuw, de Bruinbuikwaterspreeuw die voorkomt in Groot-Brittanië, Ierland en Midden-Europa. En zoals eerder genoemd de Zwartbuikwaterspreeuw die alleen in Scandinavië voorkomt. Waterspreeuwen leven voornamelijk langs oevers van stromende beekjes en riviertjes waar zij naar voedsel zoeken. Vandaar ook dat er een overwinterde bij onze vistrappen. Begin Oktober vorig jaar was de eerste melding en rond Maart was hij weer weg. Even dacht men tussen door dat hij ook al weg was, maar toen bleek het vogeltje de Loop te verkennen en werd hij zelfs in Nw-Roden bij de hondentrimbaan in de Loop gezien.

Beide vogels bouwen het nest maar alleen het vrouwtje broed de eieren uit. De jongen zijn vlieg gereed als ze 22 á 23 dagen zijn en worden dan nog 1 á 2 weken gevoerd door de ouders. Het voedsel bestaat uit larven van steenvliegen, kreeftjes en waterpissebedden. Wat op bijgevoegde foto’s mooi is om te zien is het knipvlies wat voor het oog komt.( wit oog)Dit knipvlies beschermt het oog op het moment dat de waterspreeuw in het water duikt. Roofvogels hebben dit ook, dan beschermt het knipvlies het oog op het moment dat zij een prooi pakken. Afgelopen winter waren er zes meldingen van een Waterspreeuw in Nederland wat wel aangeeft hoe zeldzaam ze hier zijn. Dit jaar heb ik nog geen meldingen voorbij zien komen, maar wie weet komt er nog een onze kant op.

Oktober 2018, De Visarend,

De Visarenden die in ons gebied voorkomen en dan vooral in de Onlanden zijn Scandinavische trekvogels. Al een paar jaar en ieder jaar meer wordt de Onlanden aangedaan door deze vogels. Al zou je het niet zeggen maar de Visarend behoort niet tot de arenden groep maar is een groep op zich zelf binnen de Roofvogels. Dit komt voornamelijk omdat hij afwijkt van de andere arenden. Gezien zijn grote is hij iets groter dan een Buizerd, maar in vlucht in hij groter omdat hij lange meeuw achtige vleugels heeft. Zijn snavel is zilverkleurig met aan de punt zwart.

Een Visarend eet ongeveer 1kg vis per dag waarbij hij geen onderscheidt maakt tussen zoet en zoutwater vis. In Nederland hebben we alleen in de Biesbosch broedende Visarenden maar wie weet wat er in de toekomst gebeurd in de Onlanden nu ze steeds vaker hier verblijven.